Een ‘pracademicus’ met idealen: 'Je moet uitgaan van de capaciteiten van mensen'

Rupankar Dey* uit India doet promotieonderzoek in Groningen, met steun van het Ubbo Emmius Fonds. Hij doet onderzoek naar de complexe problemen die ontstaan door vooroordelen – vooral rondom vrouwen met een beperking – in landelijk Afrika. 'Als we ongelijkheid willen aanpakken, dan moeten we de onderliggende factoren begrijpen.'
Hoe komt een jonge academicus uit India in Groningen terecht, bij een onderzoek naar de gezondheidsrechten van vrouwen in Oeganda? Rupankar Dey glimlacht breed als hij die vraag hoort. 'Het is inderdaad nogal een reis geweest', zegt hij, terwijl hij koffie schenkt in een vergaderkamer op de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen.
Om te vertellen hoe het allemaal zo gekomen is, begint Rupankar bij het allereerste keerpunt: toen hij een jaar of zeven was. 'Mijn grootvader was een vluchteling uit Bangladesh. Zijn verhalen waren de eerste aanzet tot mijn politieke bewustzijn. En dan waren er de boeken die ik las. Ik was dol op boeken, nog steeds trouwens. Dat heb ik te danken aan mijn moeder: zij heeft mijn opvoeding vormgegeven via boeken.'
Het werkte als een kettingreactie: hoe meer Rupankar las, hoe meer hij wilde weten, hoe meer hij wilde lezen. 'In de loop der jaren raakte ik gefascineerd door hoe samenlevingen zich ontwikkelen, en door de politieke en culturele factoren die daaraan bijdragen. Hoe sociale spanningen kunnen ontstaan door de belangen van een minderheid. Hoe verschillende opvattingen en kolonialisme onze moderne tijd hebben gevormd.'
Rupankars droom was de wereld vooruit te helpen op de manier die het beste bij hem past: als een denker, op een intellectuele manier, in het voetspoor van bekende filosofen. 'Mijn moeder moedigde me aan. Ze schreef op een briefje: ‘ooit zal jij een wetenschapper zijn’. Dat briefje plakte ze op mijn spiegel, zodat ik het elke dag kon zien. Het was niet dat ze me onder druk zette – het was juist op een warme, ondersteunende manier.'
Onderzoek in Oeganda
Rupankar besloot geschiedenis te studeren in Calcutta. 'Ik wilde de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen begrijpen, zoals armoede en ongelijkheid en gender-zaken, om te helpen de samenleving leefbaarder te maken. Wil je dat kunnen doen, dan moet je eerst het verleden begrijpen.' Na zijn bachelor verhuisde hij naar Nederland, voor een master ontwikkelingsstudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Vanaf het begin van zijn studietijd is Rupankar al actief voor ontwikkelingsprojecten. 'Ik deed mee aan fondsenwerving en campagnes voor schoon water in landelijk India, via een lokale NGO', vertelt hij. 'Voor het Liliane Fonds, in een project met steun van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, deed ik een onderzoeksstage gericht op de toegankelijkheid van vrouwengezondheidszorg in Oeganda. Dat is hoe ik in Afrika terechtkwam.'
Na zijn master in Rotterdam verhuisde Rupankar in 2024 naar Groningen voor een promotieonderzoek. Dat was aanvankelijk gefinancierd door de organisatie RAISE Global Health. Maar hij was nog maar nauwelijks zes maanden bezig toen de financiering abrupt stilviel, als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen. 'Het zag ernaar uit dat ik mijn werk en mijn huis zou kwijtraken', herinnert Rupankar zich. 'Ik ging gewoon door met mijn onderzoek, maar het was een heel stressvolle tijd. Toen hoorde ik over het bestaan van het Ubbo Emmius Fonds. Op aanraden van mijn vakgroep heb ik daar een brief naartoe gestuurd. Het Ubbo Emmius Fonds heeft mij en mijn project toen geadopteerd! Het was echt een wonder.'
Factoren ontrafelen
Door zijn onderzoek, maar vooral ook door zijn NGO-ervaringen, raakte Rupankar steeds meer geïnteresseerd in hoe socio-economische identiteit zich vertaalt in toegang tot gezondheidszorg, vooral in landelijke gebieden. 'Door de hele geschiedenis heen zijn vrouwen maatschappelijk kwetsbaar geweest', merkt hij op. 'En onder de vrouwen zijn er groepen die extra kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld omdat ze een beperking hebben. Mensen met een beperking worden vaak bekeken door een paternalistische bril. Hun sterke kanten en capaciteiten worden over het hoofd gezien. In mijn onderzoek wil ik al die opvattingen en vooroordelen ontrafelen, al die sociale dynamiek en complexiteit, om uiteindelijk te kunnen bijdragen aan meer gelijkheid.'
Rupankars onderzoek heeft al laten zien dat vrouwen met een beperking vaak prima in staat zijn hun eigen beslissingen te nemen, in hun behoeften te voorzien en hun leven zelf in te richten. 'Daarvoor hebben ze wel sociale steun nodig van mensen die hun sterke kanten en capaciteiten erkennen', zegt hij. 'En dat moet verder gaan dan alleen een ‘vriendelijke infrastructuur’ bieden.'
Maatwerk nodig
Binnen ‘toegang tot zorg’ kijkt Rupankar specifiek naar de rechten van vrouwen op het vlak van seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Als voorbeeld vertelt hij het verhaal van een jonge vrouw met een beperking die hij leerde kennen tijdens een veldbezoek in Oeganda. 'Ze werkte in een bakkerij, verdiende haar eigen geld en zorgde goed voor zichzelf. Haar allergrootste wens was moeder worden. Maar haar eigen moeder vond dat ze niet geschikt was om kinderen te krijgen. Daarom regelde die moeder dat deze jonge vrouw een voorbehoedsmiddel kreeg, zonder dat die dat zelf wist. Dat laat zien dat ‘eigen regie’, dus dat je je eigen beslissingen kunt nemen, niet alleen afhangt van geld of sociale steun, maar ook van hoe andere mensen tegen jouw beperking aankijken.'
En zo zijn er nog meer factoren die van invloed zijn op ‘eigen regie’ en de toegang tot zorg, legt Rupankar uit. Bijvoorbeeld sociale status, godsdienst, culturele waarden en normen. 'Het is echt maatwerk', concludeert hij. 'Huidige programma’s van overheden en NGO’s zien dat vaak over het hoofd. Ze werken ‘top-down’, vanuit hun eigen opvattingen. Maar als we mensen willen helpen, dan moeten we alle onderliggende factoren begrijpen, en ‘bottom-up’ werken. Vráág aan mensen wat ze nodig hebben.'
Gesprek op gang brengen
Dat is waaraan Rupankar met zijn onderzoek hoopt bij te dragen: een beter begrip van de werkelijke situaties, weg van de ingesleten denkbeelden die vaak eeuwen oud zijn en gekleurd door traditionele, patriarchale en vaak ook koloniale opvattingen. 'Ik hoop dat deze nieuwe feiten kunnen helpen een gesprek op gang te brengen', zegt hij. 'Grote maatschappelijke veranderingen kosten vaak tientallen jaren. Dat zag je ook bijvoorbeeld met het brailleschrift: dat was eerst ook marginaal. Maar door de inspanningen en ervaringen van heel veel blinde mensen is braille nu breed erkend als onmisbaar hulpmiddel voor toegankelijkheid en inclusie.'
Zelf heeft Rupankar ook heldere toekomstplannen. Hij weet zeker dat een academische carrière het beste bij hem past. 'Ik wil dolgraag de wetenschap van sociale complexiteit vooruithelpen', zegt hij samenvattend. 'Maar ik wil het wel graag blijven combineren met praktisch werk, bijvoorbeeld in een adviesrol, in het veld. Ik zie mezelf als een ‘pracademicus’: een academicus in de praktijk. Daar, in het veld, wil ik een verschil maken.'
Over dit onderzoek
Dit onderzoek wordt mogelijk gemaakt door het Ubbo Emmius Fonds. Het fonds stimuleert jong talent dat meedenkt over oplossingen voor urgente maatschappelijke vraagstukken en helpt om inzichten uit onderzoek te vertalen naar de praktijk. Door Vriend of Supporter te worden, kun je zelf ook bijdragen aan onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Benieuwd? Lees meer.
* Rupankar Dey (India, 2000) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Calcutta en ontwikkelingsstudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij doet nu promotieonderzoek bij het Population Research Centre (Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen) van de Rijksuniversiteit Groningen. Rupankar gaf les en ontwikkelde cursussen bij het International Institute of Social Studies in Den Haag, en deed onderzoek voor het Liliane Fonds in Den Bosch, RAISE Global Health in Amsterdam en WE Program in Den Haag.
