Hoe virtual reality jongeren helpt om klimaatverandering echt te begrijpen

Voor veel Nederlandse scholieren is klimaatverandering iets abstracts. Ze weten dat het bestaat, maken zich zorgen, maar voelen de gevolgen nauwelijks in hun dagelijks leven. Dijken houden het water tegen, het leven gaat door. Juist die afstand maakt het lastig om je te verplaatsen in mensen die wél dagelijks worden geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering.
PhD kandidaat Marit Boekema onderzoekt hoe dat anders kan. In haar promotieonderzoek kijkt zij hoe virtual reality kan bijdragen aan klimaatburgerschap in het voortgezet onderwijs. Ze wil leerlingen helpen om het perspectief van andere mensen te leren begrijpen en na te denken over hun eigen rol in de wereld die verandert.
Klimaatburgerschap begint bij perspectief
'In de kern gaat mijn onderzoek over duurzaamheid didactiek', vertelt Boekema. 'De centrale vraag is hoe we jongeren het perspectief kunnen aanleren van mensen die dagelijks met klimaatverandering geconfronteerd worden wereldwijd. ‘Klimaat raakt mensen, dieren en ecosystemen wereldwijd, maar de gevolgen zijn niet eerlijk verdeeld.'
Nederland behoort tot de rijkste landen ter wereld, terwijl de zwaarste gevolgen vaak terechtkomen bij mensen die daar het minst aan bijdragen. 'Voor jongeren is het moeilijk om zich dat voor te stellen. Ze zijn er nooit geweest, hebben die ervaringen niet. Dan blijft het ver weg.'
Juist daar ziet Boekema een rol voor onderwijs. Klimaatburgerschap gaat volgens haar over bewustwording, verantwoordelijkheid en het besef dat individueel gedrag onderdeel is van een groter geheel.
Met een VR bril naar een andere werkelijkheid
In haar onderzoek maakt Boekema gebruik van virtual reality. Leerlingen zetten een VR bril op en worden meegenomen naar kwetsbare gebieden, zoals kleine eilanden die te maken hebben met zeespiegelstijging. Ze zien hoe mensen daar leven, wonen en omgaan met veranderingen in hun omgeving.
'Je hersenen kunnen via een VR-bril moeilijk onderscheid maken tussen de echte wereld en een virtuele wereld. Daardoor lijkt het alsof je echt ergens anders bent. Dat is iets fundamenteel anders dan een tekst of een filmpje', legt ze uit. 'Mijn onderzoek kijkt of die ervaring iets verandert in hoe leerlingen denken, voelen en reflecteren op klimaatverandering.'
Ze is benieuwd of VR helpt bij het perspectief nemen en bij het ontwikkelen van klimaatburgerschap.
Wat jongeren al weten en wat abstract blijft
In een eerste studie nam Boekema vragenlijsten af bij ongeveer 700 leerlingen uit het voortgezet onderwijs, verspreid over verschillende niveaus en regio’s. Daarnaast interviewde ze leerlingen van veertien tot en met zestien jaar (3e klas).
'Je ziet dat veel jongeren zich bewust zijn van klimaatverandering en een groot deel maakt zich zorgen. Tegelijkertijd denken jongeren deels dat het probleem in de toekomst ligt, terwijl we er al middenin zitten. De koppeling tussen het grote probleem en hun eigen handelen is vaak nog niet sterk aanwezig.'
Die houding verschilt per leerling, maar het patroon is herkenbaar. Klimaatverandering is groot, complex en soms overweldigend. Dat maakt het lastig om er grip op te krijgen.
Onderzoek midden in de klas
Boekema werkt nauw samen met scholen en docenten. In de eerste fase deden negentien middelbare scholen in Nederland mee. De data uit die studie zijn inmiddels verzameld en worden nu geanalyseerd.
'Op korte termijn kan ik meer zeggen over de resultaten', vertelt ze. 'Maar het uiteindelijke doel is breder dan cijfers. Ik wil begrijpen wat deze manier van werken doet met leerlingen en of het docenten helpt om dit onderwerp bespreekbaar te maken.'
Na de zomer start een volgende fase waarin samen met docenten wordt gewerkt aan didactiek. Hoe kun je VR op een haalbare manier integreren in lessen? Hoe sluit het aan bij de belevingswereld van leerlingen en de verschillende leerniveaus?
Bruggen bouwen tussen theorie en praktijk
Dat Boekema zelf jaren voor de klas stond als geschiedenisdocent, helpt daarbij. 'Ik weet hoe vol het onderwijs is. Elke vernieuwing vraagt iets extra’s. Daarom vind ik het belangrijk dat dit onderzoek uitvoerbaar is en aansluit bij de praktijk.'
Ook haar ervaring als beleidsmedewerker onderwijsvernieuwing speelt mee. 'Ik kan schakelen tussen onderzoek, beleid en klaslokaal. Bruggen bouwen is misschien wel de kern van mijn rol.'
Het project is bovendien sterk multidisciplinair. Onderzoekers uit gedragswetenschappen, onderwijswetenschappen, klimaatwetenschap en techniek werken samen. 'Juist bij duurzaamheid is die samenwerking essentieel. In het onderwijs gebeurt dat nog te weinig, terwijl het onderwerp erom vraagt.'
Geen juiste antwoorden, wel ruimte voor vragen
Wat Boekema vooral hoopt, is dat leerlingen leren reflecteren. 'Ongeacht hun houding. Ook als een leerling zegt: ik maak me er niet zo druk om, is dat oké. Het gaat erom dat er ruimte is om na te denken, vragen te stellen en gevoelens te benoemen.'
Na VR ervaringen hoort ze vaak reacties als: 'Ik wist niet dat dit er ook was.' Dat alleen al ziet ze als winst. 'Het vergroot het perspectief.'
Volgens haar is het belangrijk om jongeren niet te overspoelen met angst of schuld. Klimaatverandering is ingrijpend, zeker voor een generatie die ermee opgroeit. 'De vraag is hoe je dit onderwerp bespreekt zonder mensen een machteloos gevoel te geven. Hoe blijf je hoopvol, zonder de ernst te ontkennen.'
Kleine stappen doen ertoe
Klimaatburgerschap betekent niet dat iedereen activist moet worden. 'Niet iedereen is Greta Thunberg. Maar kleine keuzes doen ertoe. Minder vlees eten, gesprekken voeren, bewust omgaan met spullen. Individuele acties dragen bij aan draagvlak in de samenleving.'
Vanuit historisch perspectief ziet Boekema ook reden voor hoop. 'In de afgelopen vijftig jaar is er veel veranderd. We zitten midden in een transitie. De vraag is niet of er verandering komt, maar of we dit snel genoeg doorvoeren..'
Wanneer is dit onderzoek geslaagd
Voor Boekema heeft haar onderzoek nu al waarde. 'Ik heb intensief contact met scholen en docenten die hier echt mee aan de slag willen. Als dit onderzoek hen handvatten geeft en jongeren aan het denken zet, dan heeft het zin.'
'Uiteindelijk gaat het om samen werken aan een wereld die leefbaar blijft. Als dit onderzoek bijdraagt aan bewustwording, gesprekken en kleine veranderingen, dan is dat enorm waardevol.'
Over dit onderzoek
Dit onderzoek wordt mogelijk gemaakt door het Ubbo Emmius Fonds. Het fonds stimuleert jong talent dat meedenkt over oplossingen voor urgente maatschappelijke vraagstukken en helpt om inzichten uit onderzoek te vertalen naar de praktijk. Door Vriend of Supporter te worden, kun je zelf ook bijdragen aan onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Benieuwd? Lees meer.
